Compliancecheck

#04

De verschillende onderzoekstechnieken conform NEN
Lees meer
Verschillende Onderzoekstechnieken conform NEN - Compliance Check

De verschillende onderzoekstechnieken conform NEN

In Nederland wordt asbestonderzoek uitgevoerd volgens gestandaardiseerde meetmethoden, vastgelegd in NEN-normen. Rondom asbestonderzoek is de afgelopen jaren veel veranderd, daarom zijn deze normen nu herzien met andere grenswaarden en risicoklasse-indelingen.

Meer over de aanpassingen in de normering en risicoklasseindeling leest u in Compliance Check #2 en #3.

Er wordt onderscheid gemaakt in methodiek en normering, afhankelijk van de fase in het onderzoeksproces. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen:

  1. Analyse als onderdeel van een asbestinventarisatie
  2. Een eindbeoordeling na asbestverwijdering
  3. Een risicobeoordeling werkplek of leefomgeving

1. Analyse als onderdeel van een asbestinventarisatie

De door het asbestinventarisatiebedrijf genomen materiaal, stof- of luchtmonsters moeten door een onafhankelijk RvA geaccrediteerd laboratorium geanalyseerd worden.

De monsters moeten conform NEN 5896 geanalyseerd worden met behulp van licht- en stereomicroscopie. Als het inhomogene materialen zijn of er een vermoeden is dat er een zeer laag percentage asbestvezels aanwezig is, kiest het laboratorium er vaak voor om een verdere detailanalyse uit te voeren conform ISO 14966 met behulp van Scanning Elektronenmicroscopie (SEM).

Kleefmonsters en luchtmonsters moeten altijd conform NEN 2991 of conform ISO 14966 uitgevoerd worden met behulp van SEM.

2. Een eindbeoordeling na asbestverwijdering

Na de (asbest)werkzaamheden wordt de arbeidsplaats eerst grondig gereinigd. Als dit gedaan is wordt er een eindcontrole uitgevoerd voordat er andere werkzaamheden plaats kunnen vinden, om zeker te weten dat er veilig gewerkt kan worden. De inhoud van de inspectie is afhankelijk van de classificatie van het eerder aangetroffen asbest.

Risicoklasse 1:

Visuele inspectie conform NEN 2990.

Risicoklasse 2:

  • Situatie binnen: visuele inspectie en luchtmeting (conform NEN 2990, analyse met FCM);
  • Situatie buiten: visuele inspectie (conform NEN 2990);
  • Asbesthoudende grond: indien de werkzaamheden in de buitenlucht betrekking hebben op asbesthoudende grond, wordt een visuele inspectie, in combinatie met het nemen van bodemmonsters, uitgevoerd conform NEN 5707, op de aanwezigheid van asbest om vast te stellen dat de concentratie asbest niet hoger is dan 100 mg/kg droge stof.

Risicoklasse 2a:

Visuele inspectie, kleefmonstername en luchtmeting (conform NEN 2990, analyse met SEM).

3: Een risicobeoordeling werkplek of leefomgeving

Het doel van dit type onderzoek is het objectief vaststellen van zowel het actuele als het potentiƫle blootstellingrisico aan asbest. De risicobeoordeling bestaat uit een visuele inspectie, luchtmonsters en stofmonsters conform NEN 2991.

Bepalen van het potentieel risico

Hoewel een visuele inspectie op restanten asbesthoudend materiaal vaak voldoende is om de potentiƫle blootstelling in kaart te brengen, zijn er situaties waarin dit toch onvoldoende zekerheid biedt. In het geval van aangetroffen beschadigd, niet-hechtgebonden asbesthoudend materiaal kunnen vezels in het object of gebouw worden verspreid. Dan worden er stofmonsters genomen en met SEM geanalyseerd conform NEN 2991.

Bepalen van het actuele risico

Om het actuele risico te bepalen worden luchtmonsters genomen met SEM. Er moet een betrouwbaar beeld gekregen worden van de asbestconcentraties onder de huidige gebruiksomstandigheden. Om te voorkomen dat een te gunstig resultaat wordt gemeten moet er altijd rekening gehouden worden met een worst-case-scenario.

Meer informatie?

Neem contact op met
Kiwa Compliance via advies@kiwacompliance.nl.